7 mei 2021 Meer nieuws

WUR test negen bodemvochtsensoren

Wageningen University & Research (WUR) test in samenwerking met Aeres Hogeschool Dronten negen verschillende bodemvochtsensoren. De vergelijkingsproef is 3 mei begonnen in het kader van de Nationale Proeftuin Precisielandbouw (NPPL) en wordt uitgevoerd op twee aardappelpercelen met zandgrond en kleigrond.

Voor het onderzoek hebben zich de leveranciers zichzelf aangemeld. Het gaat om Dacom, Sensoterra, Agrometius, RMA, Aquafeed, Farm21, Estede, AgroExact en Quantified. Iedere leverancier levert een sensor uit zijn arrangement die - in zijn ogen - het beste past bij de omstandigheden van de proef.

Verschillende prijzen en mogelijkheden

“Telers twijfelen vaak over welk type bodemvochtsensor het beste bij hun bedrijf past”, licht WUR-onderzoeker Jits Riepma toe. “Sommigen kosten € 100 per stuk, terwijl anderen richting € 1.800 gaan. Telers willen graag weten wat ze voor hun geld krijgen en waar die verschillen op gestoeld zijn. Met deze proef krijgen zij meer handvaten om te bepalen welke bodemvochtsensor geschikt is. De ene teler wil bijvoorbeeld het exacte vochtpercentage weten, terwijl een ander alleen kijkt naar trends.”

Twee proefpercelen

De test wordt uitgevoerd op een zandgrondperceel van UniFarm in Wageningen en een kleiperceel van Aeres Dronten. Zowel het vochtpercentage als de zuigspanning worden gemeten en vergeleken. Vanaf week 1 worden wekelijks monsters genomen op drie dieptes, variërend van 10 tot 50 centimeter.

Behalve de vergelijking tussen verschillende metingen met de referentiewaardes van grondmonsters, worden ook zaken als gebruikersgemak, verschillen in meetmethode, communicatie en platformgebruik in kaart worden gebracht. Vermoedelijk eind augustus wordt de proef afgerond.

In een filmpje geeft onderzoeker Riepma uitleg over de proef.