10 mei 2019 Meer nieuws

Wetenschap in de leer bij bollenteler

Professor Koos Biesmeijer, wetenschappelijk directeur van het Leidse Naturalis Biodiversity Center, ging donderdag 9 mei in de leer bij Jan van der Slot van Van der Slot Tulips. Ze spraken over biodiversiteit.

Om bollen te telen met behoud van biodiversiteit, moeten wetenschappers en bollentelers samenwerken. De eerste stap daarbij is elkaar begrijpen. Vandaar dat van der Slot en Biesmeijer elkaar troffen.

De afspraak om een keer een rondje over de bollenvelden te maken, werd in december gemaakt tijdens het Flower Sciencecongres. Daar pleitte Biesmeijer om de natuur te laten werken voor de bollentelers. Meer biodiversiteit leidt tot meer natuurlijke vijanden van plagen en ziektes, weerbaardere planten en een gezondere bodem, was daar zijn stelling. Alleen hoe dat precies in de bollenteelt moet gebeuren, wist hij niet. Reden om bij de kenner, de bollenteler, te komen kijken.

Twee uur bijpraten

Tussen de 13 hectare gele tulpen in Woubrugge werd hij ruim twee uur lang bijgepraat door de Voorhoutse tulpenteler over virussen, de noodzaak om te spuiten tegen luizen en het verwijderen van zieke tulpen. Tegelijkertijd hoorde hij over de vele vogelnesten tussen de tulpen en zag bij het uitgraven van een tulpenbol de wurmen in de grond.

Verwondering bij wetenschapper

Van der Slot legde uit hoe voorzichtig hij omgaat met gewasbeschermingsmiddelen, maar ook wat de gevolgen zijn als ze niet worden gebruikt. Het leidde tot verwondering bij de wetenschapper. "Misschien zitten tussen deze tulpen wel meer vogels dan op vele grasvelden", constateerde hij.

Biodiversiteit laten toenemen

Biesmeijer was optimistisch over de kansen om de biodiversiteit op en rond de bollenvelden weer te laten toenemen. "Samen kunnen we wat verzinnen om het beter te laten worden, ook al is het ingewikkeld in de bollenteelt. Laten we vooral samenwerken en kijken hoe het hele systeem kan veranderen. De tijd is er rijp voor."