14 september 2021 Meer nieuws

Waterkwaliteitsmaatregelen vallen verkeerd

De maatregelen die demissionair landbouwminister Carola Schouten van de sector verwacht om te voldoen aan de eisen van de 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn zijn slecht gevallen bij de plantaardige sectoren, blijkt uit reacties van LTO, de BO Akkerbouw en het NAJK.  

Het actieprogramma is nog een ontwerp, waarop tot 18 oktober gereageerd kan worden. Dat heeft de akkerbouwsector inmiddels gedaan, ter voorbereiding op het Kamerdebat op 15 september. De voorgestelde ingrepen pakken volgens de Brancheorganisatie Akkerbouw slecht uit voor akkerbouwers en passen niet bij duurzaam bodembeheer. Een analyse van de impact van de economische gevolgen mist bovendien, stelt de BO. Die moet samen met de sector gemaakt worden, meent de organisatie.

Vakmanschap

Voorts raken generieke maatregelen ook bedrijven waar de waterkwaliteit wel op orde is. De BO stelt dan ook een gebiedgerichte aanpak voor, op plaatsen waar dat nodig is. Het beleid werkt kalenderlandbouw in de hand en dat laat geen ruimte voor het vakmanschap van telers en het inspelen op wat de bodem vraagt. Ook LTO Nederland vindt dat het vakmanschap van ondernemers centraal moet staan bij de aanpak van de wateropgaven in het agrarisch gebied. Veel maatregelen blijken volgens LTO opgehangen te zijn aan verregaande middelvoorschriften, te financieren met geld uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). 'Het betreft zeer zware middelvoorschriften die in veel gevallen generiek voor heel Nederland gelden: ingrijpen op het bouwplan, voorschriften voor het areaal grasland, verplichte inzet van vanggewassen op zand- en lössgronden en meer brede bufferstroken. Zware maatregelen waarvan de economische impact nog niet onderzocht is', reageert LTO. 'LNV gaat hier op de stoel van de ondernemer en de verwerkers zitten om kalenderlandbouw te bedrijven. Voorschriften waarbij het enige doel lijkt om maatregelen juridisch dicht te kunnen leggen.'

Fraude

BO Akkerbouw pleit voor het aanpakken van ondernemers die meer mest opbrengen dan vanuit landbouwkundig oogpunt 'noodzakelijk en verstandig' is. Met een hardere aanpak van de mestfraude hoeven de goede ondernemers niet meer lijden onder de kwade, stelt BO Akkerbouw. Directeur André Hoogendijk van de BO Akkerbouw: "Het is bijzonder spijtig om te zien dat actuele kennis over bijvoorbeeld groenbemesters en precisiebemesting niet is benut bij het maken van deze plannen. We willen als sector alle gewassen, ook groenbemesters, naar behoefte kunnen bemesten. We willen voldoende organische stof kunnen aanvoeren en we willen graag schone compost kunnen gebruiken. We willen geen mestbeleid maar bodembeleid."

Kringlooplandbouw

Er is volgens LTO, BO Akkerbouw en het NAJK maar één weg die uitkomst biedt: 'boeren en tuinders moeten motiveren en stimuleren tot nog beter beheer van bodem en gewas, kringlooplandbouw serieus inhoud geven en zorgen dat de boer de bodem, het perceel en het gewas erop, centraal kan zetten. Zorg dat boeren hun gewas optimaal kunnen bemesten en de bodem kunnen verbeteren met zoveel mogelijk producten uit de agrarische kringloop.' De organisaties willen ook de derogatie behouden en willen een derogatie op gewasniveau. 'De waterkwaliteit onder derogatie bedrijven is namelijk goed. Derogatie beperkt de inzet van kunstmest en delfstoffen en levert daarmee een bijdrage aan kringlooplandbouw', betoogt LTO Nederland.