5 december 2017 Meer nieuws

Voorzitters adviesraden roepen op tot steun nieuwe tariefstelsel

Jan Mantel en Sjaak Buijs, voorzitters van de adviesraden van Royal FloraHolland, pleiten in een open brief aan leden van de coöperatie om het tariefvoorstel van de bloemenveiling te steunen.

De leden stemmen donderdag 7 december tijdens de Algemene Ledenvergadering in Naaldwijk over de nieuwe tarieven. Eerder riep een groep kwekers op om het voorstel niet te steunen. Zij vonden dat de kleine kwekers met een te grote kostenstijging te maken krijgen.

Maanden in gesprek

Mantel en Buijs vinden dat ten onrechte het beeld ontstaat dat de nieuwe tarieven worden opgedrongen aan de kwekers. ‘We zijn met elkaar maanden in gesprek geweest over de tarieven. De directie heeft echt geluisterd naar al deze meningen en is met een voorstel gekomen dat gedurfd is, maar niet uit de lucht komt vallen.’

'Wanneer leden vertrekken moeten de vaste lasten door een steeds kleinere groep leden worden opgebracht'

Beide voorzitters geven aan dat ze er zelf op achteruit gaan, ‘maar toch vinden wij dat het een goed voorstel is waar we voor moeten stemmen.’

Vergissen in de kosten

Buijs en Mantel noemen daarvoor twee redenen. Ten eerste was een aantal grote kwekers van plan de coöperatie te verlaten, omdat de kosten langere tijd niet meer in verhouding staan wat ze er voor krijgen. Wanneer leden vertrekken moeten de vaste lasten door een steeds kleinere groep leden worden opgebracht.

'De nieuwe tarieven zijn beter voor de lange termijn van de coöperatie'

Ten tweede stellen zij dat velen zich vergissen in de kostenstijgingen. ‘Als het bedrijf praat over een verhoging van 10 procent, dan is dan 10 procent van de veilingkosten. Dat is dus maar een klein percentage van de totale kosten. Voor de meesten die een verhoging krijgen - zo ook wij zelf - gaat het om een aantal honderden of een paar duizend euro.’

Oproep om te stemmen

Mantel en Buijs roepen alle leden op om te komen stemmen. Zelf zijn ze voor de nieuwe tarieven omdat ‘het beter is voor de lange termijn van de coöperatie en daarmee uiteindelijk ook weer voor ons zelf.’