19 november 2021 Meer nieuws

‘Visie brengt gesprek op gang’

Vasthouden aan het afgesproken bollenareaal van 2.625 ha, geen maximale oppervlakte bedrijfsbebouwing en meer aandacht voor huisvesting. Dat zijn belangrijke punten uit de Visie regionaal beleid Duin- en Bollenstreek 2.0, die onlangs aan de stuurgroep Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport (ISG) is gepresenteerd door KAVB-voorzitter Jaap Bond.

Naar aanleiding daarvan vinden nu gesprekken plaats met alle fracties van partijen die in de vijf Bollenstreekgemeentes actief zijn. Reden om de visie op te stellen was de onrust onder agrarisch ondernemers en gemeenten over de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM). Om duidelijk te maken welke wensen de agrarische sectoren in de Bloembollenstreek voor de toekomst hebben, namen de KAVB-kring Bloembollenstreek, LTO Noord Duin- en Bollenstreek en de Agrarische Jongeren Duin- en Bollenstreek het initiatief om een inventarisatie te houden.

Enquête

“We hebben een enquête gehouden onder leden van KAVB, LTO, ADJB en Anthos die actief zijn de Bloembollenstreek”, aldus Rik Pennings, die samen met Johan Verschoor het initiatief nam om deze visie te maken. Ze deden dat samen met KAVB-voorzitter Jaap Bond.

Dat heeft een visie opgeleverd die we voor de zomer al aan de vijf gemeentes in de Bollenstreek hebben gestuurd om een reactie. Deze reacties zijn na de zomer verwerkt en hebben geleid tot de visie die er nu ligt”,

Centraal in de visie staat vooral het behoud van vitale en economische sectoren. Pennings: “Of het nu gaat om bloembollen, vaste planten, glastuinbouw of veehouderij, grond is voor al die bedrijven essentieel. Daarom houden we ook vast aan die 2.625 ha. Als daar iets van wegvalt, dan willen we dat dit wordt gecompenseerd.”

Bedrijfspanden

Voor het bouwen van bedrijfspanden geldt nu een maximum van 6.000 m2. “Dat is niet meer van deze tijd”, aldus Pennings. “Dit maximum geldt voor kleine en grote bedrijven. Resultaat voor grote bedrijven is dat ze niet op de hoofdvestiging datgene kunnen bouwen wat ze nodig hebben. En dus moeten ze nu op meer locaties bouwen en veel tijd verliezen aan transport tussen die locaties. Dat vinden wij niet duurzaam. Koppel die grens dus aan de omvang van het bedrijf.”

In gesprek met fracties

Na het aanbieden van de visie aan het ISG, zijn de regionale bestuurders aan de slag gegaan om met alle fracties van gemeentes in het gebied het gesprek aan te gaan. “Dat doen we met elkaar en dat is goed om te doen. We nemen ook altijd een jonge ondernemer mee, bij voorkeur een van de Bollenjongens. Zij hebben met hun serie aandacht gevraagd voor het imago van de sector en de streek en dat werpt nu zijn vruchten af.”