19 november 2021 Meer nieuws

Schouten past ontwerp Nitraatrichtlijn aan

Demissionair minister Carola Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid (LNV) werkt aan een alternatief voor de plicht om voor 1 oktober een vanggewas in te zaaien op zand- en lössgrond. Dit schrijft ze in een brief aan de Tweede Kamer. Zo voert ze de moties van 11 november uit.

In de kamerbrief geeft Schouten aan dat het definitieve pakket maatregelen 26 november bekend moet zijn. Voor 1 december moet het 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn namelijk naar Brussel. Voor die tijd wordt ook bekeken of het alternatieve plan van de agrarische sector ingepast kan worden in het ontwerp. Omdat de aanpassingen uit de moties en de inhoud van het alternatieve plan volgens de demissionaire minister het actieprogramma minder effectief maken, heeft ze ook ‘denkrichtingen’ gegeven voor aanvullende maatregelen.

Vanggewassen

In het ontwerp voor het actieprogramma is de verplichting opgenomen om vanggewassen te zaaien op 60 procent van het areaal zand- en lössgronden per 2023 en op 100 procent van het areaal per 2027, met uitzondering van nader te definiëren winterteelten per 2027. Een deskundigencommissie moet vanaf 2022 aangeven of gezien het seizoensverloop afgeweken moet worden van de zaaidatum van 1 oktober.

Kalenderlandbouw

In de brief reageert Schouten ook op het verwijt dat de inzaai van vanggewassen voor 1 oktober kalenderlandbouw in de hand werkt: ‘Vanggewassen die (voor 1 oktober worden ingezaaid zijn effectief om nutriënten op te vangen en daarmee emissies naar grond- en oppervlaktewater te beperken, zoals ook het CDM advies aangeeft. De weken na 1 oktober neemt die effectiviteit sterk af.’ Er is volgens de bewindsvrouw een goede reden voor die datum. ‘De reden om maatregelen te verbinden aan data heeft te maken met de lichtduur en -intensiteit en daarmee met de mogelijkheid van opname van nutriënten door gewasgroei en het beperken van nutriëntenuitspoeling.’ Bovendien gaat LNV het telen van vroege gewassen die voor 1 oktober rijp zijn stimuleren.

Rotatie-eis

Naar aanleiding van de moties heeft Schouten de gewasrotatie-eis uit het ontwerp laten analyseren. De teelt van rustgewassen sluit in de klei- en veengebieden meer aan bij de bestaande praktijk, blijkt daaruit. ‘Uit aanvullend onderzoek blijkt dat de verplichte rotatie met rustgewassen weinig bijdraagt aan een verbetering van de oppervlaktewaterkwaliteit in de kleiregio en veenregio, deels omdat dit in bijvoorbeeld de veenregio al staande praktijk is. Om deze reden zal ik in het 7e AP de verplichte rotatie met rustgewassen alleen doorvoeren voor zand- en lössgronden.’

Winterteelten

Naar de groep winterteelten (teelten waarna een vanggewas niet verplicht wordt gesteld, red.) wordt volgens Schouten gekeken door de Commissie Deskundigen Meststoffenwet. Die commissie gaat ook adviseren over de hoogte van de stikstofnormen voor de vanggewassen, al staat volgens de demissionaire minister vast dat er een gebruiksnorm blijft voor niet-vlinderbloemige gewassen. Om te zorgen dat de waterkwaliteitsdoelen uit het programma worden gehaald, denkt ze aan aanvullende maatregelen als ‘het verlaten van de start van het uitrijdseizoen voor bouwland en het limiteren van de hoeveelheid toe te passen dunne fractie en drijfmest bij de najaarsbemesting’.

Teeltvrije zones

Ook wil ze nog eens kijken naar de huidig aangegeven teeltvrije zones. Die zijn in het ontwerp wisselend per gewas en worden verbreed naar 2 meter bij overige wateren en 5 meter voor Kaderrichtlijn waterlichamen en de ecologisch kwetsbare waterlopen. Op enkele plaatsen is de waterkwaliteit goed genoeg om de huidige, smallere teeltvrije zone te handhaven. Ook hier stelt ze een ‘brede groep deskundigen’ aan om ‘een leidraad’ op te stellen voor de water- en hoogheemraadschappen.  

Te ver

Schouten reageert ook op het verwijt dat het ontwerp voor het actieprogramma te ver gaat, omdat het ten koste van 61.000 hectare landbouwgrond gaat en het inkomen van de kwekers en telers met 6 tot 20 procent laat afnemen. Die cijfers herkent ze niet en als de maatregelen te veel ingrijpen op het inkomen, moet naar oplossingen worden gezocht.