7 september 2021 Meer nieuws

Oplettendheid geboden bij EU-lijst invasieve soorten

Door goede lobby en belangenbehartiging is voorkomen dat Pennisetum advena cultivars op de lijst met invasieve soorten is gekomen. Onlangs werd duidelijk dat naast de morfologie ook een moleculair onderscheid is te maken met de Pennisetum setaceum.

Het onderscheid dat is aangetoond is volgens Aad Vollebregt, voorzitter van de vakgroep LTO Vakgroep Bomen, Vaste Planten en Zomerbloemen, van groot belang omdat sinds 2018 de teelt en handel van Pennisetum setaceum is verboden. Deze soort staat op de EU-lijst van invasieve soorten. Er is echter een duidelijk verschil met Pennisetum advena cultivars waarvoor geen belemmeringen gelden. De moleculaire verschillen tussen setaceum en advena werden deze zomer aangetoond met een wetenschappelijk onderzoek.

“Aanvankelijk bleek dat kwekers en de handel veel de naam Pennisetum setaceum gebruikten terwijl het de Pennisetum advena betrof. Daarop was dus aanvankelijk al veel actie nodig. “ De advena wordt volgens hem niet heel veel in Nederland geteeld door vaste plantenkwekers. “Maar voor degene die het telen, is het belangrijk gewas. Bovendien, niet alleen de planten worden verhandeld en gebruikt maar ook de mooie pluimen die de plant voortbrengt.”

Vollebregt geeft aan dat bij de discussie over invasieve soorten in de EU het altijd heel belangrijk is precies te weten wat nu wel en wat niet verboden is. De voorzitter maakt zich de komende jaren zorgen over een dreigend verbod op handel in Cortaderia selloana, een pampasgras dat veel vasteplantenkwekers kweken. De Europese Commissie is van plan de plant op de Unielijst van zorgwekkende invasieve inheemse soorten zetten.

Omdat het pampusgras economisch een belangrijk gewas is voor kwekers in de EU, komt hier veel weerstand tegen vanuit onder andere Nederland, België, Duitsland en andere Europese landen, weet Vollebregt. “In hele grote delen van Europa is de Cortederia selloana niet invasief, maar is deze al wijdverspreid. Dat komt ook door de verschillende klimatologische omstandigheden in Europa. Wij vinden dan ook dat er een verbod moet komen alleen daar waar de plant invasief is en werkelijk een bedreiging vormt. Zo’n verbod zou dan in de nationale wetgeving van een land moeten worden uitgewerkt, net zoals dit met de toelating van gewasbeschermingsmiddelen wel gebeurt.”