17 november 2020 Meer nieuws

Onderzoek effect middelencocktail op gezondheid mens en bodem

Veertien Europese landen en Argentinië onderzoeken samen het effect van middelengebruik op de gezondheid van mens, dier en bodem. Het project is gestart op verzoek van de Europese Commissie en wordt gecoördineerd door hoogleraar Violette Geissen van Wageningen University & Research. 

De Europese Commissie wil weten wat het effect is van het middelengebruik, naar aanleiding van onder meer het omgevingsonderzoek dat is gedaan in bollenteeltgebieden. Wetenschappers werden opgeroepen daar een onderzoeksproject voor te maken en dat is wat Geissen en haar collega's hebben gedaan. Haar voorstel werd goedgekeurd door de Commissie en nu is het project Sprint een feit. Argentinië is betrokken omdat het land de grootste sojaleverancier is voor gebruik in Europees veevoer.

13 stoffen

De wetenschappers hebben een lijst van 13 werkzame stoffen die het vaakst worden aangetroffen in het milieu. "Punt is dat organisaties als het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden kijken naar de norm per middel en alleen naar ieder middel afzonderlijk", zegt Geissen. "Nu wordt voorzichtig begonnen met de stapeling van drie werkzame stoffen, maar in de praktijk worden veel meer stoffen gebruikt. Ook wordt maar zeer beperkt gekeken naar het effect op het bodemleven en ook nog eens op een betrekkelijk korte termijn van 56 dagen. Er leven miljoenen organismen en als er een paar sterven en een ander deel neemt daardoor fors toe, is de balans zoek en gaat de weerstand van de bodem naar beneden. Het Europese toelatingsbeleid is verouderd. We moeten naar een beleid dat gebaseerd is op wat er werkelijk in het milieu gebeurt. Wat zijn de meest voorkomende residuen en wat is het effect op de gezondheid?"

Ctgb kan niet meewerken

Geissen klopte ook bij het Ctgb aan voor medewerking, maar de instelling kan dat niet doen. "Wij werken in opdracht aan de hand van de Europese richtlijnen en dat is wat we doen", legt Hans van Boven uit. "We hebben niet de mogelijkheid om het beleid te evalueren en daar zijn we de organisatie niet naar", zegt de Ctgb-woordvoerder. Het college is volgens hem wel geïnteresseerd in de bevindingen van Giessen, zeker als die gevolgen hebben voor het toelatingsbeleid.

'Nederland loopt achter'

De wetenschapper hoopt dat de Nederlandse overheid wél aanhaakt. "Nederland loopt namelijk achter als het om de normering voor middelengebruik gaat, ten opzichte van bijvoorbeeld landen als Oostenrijk, Zwitserland en Liechtenstein. In Nederland wordt het voorzorgprincipe niet goed toegepast als je niet weet wat het effect van middelen op bodem, mens en dier is."

Samenwerking

Voor het onderzoek wordt een beroep gedaan op zoveel mogelijk partijen uit de voedsel- en sierteeltsector. Giessen en haar collega's zoeken dan ook bewust naar steun bij supermarkten, kwekers en telers en ook bij toelatinghouders. "We moeten het samen uitzoeken en een beleid maken waarbij de boer en tuinder niet opdraaien voor de kosten en gevolgen. De overheid moet hen daarin tegemoet komen en de marktpartijen ook, zodat de rekening niet bij boer of consument terechtkomt. In eerste instantie gaan we aan de slag in consumptieteelten, maar daar kun je de sierteelt niet los van zien."

De regio in

Het project loopt vijf jaar, volgens Geissen voldoende om tot conclusies te komen. "Er werken heel veel mensen uit veel verschillende landen aan, dus kunnen we in vijf jaar veel doen." Op dit moment trekken de wetenschappers Nederland in om met regionale partijen als gemeenten, telers, huis- en dierenartsen te bespreken wat er aan middelen wordt gebruikt en welke effecten zichtbaar zijn. "Komende week zitten we met aardappeltelers in Groningen om de tafel."