24 november 2020 Meer nieuws

Meer bescherming voor agrarische producenten

Landbouwminister Carola Schouten heeft 20 november het wetsvoorstel tegen oneerlijke handelspraktijken landbouw- en voedselvoorzieningsketen ingediend bij de Tweede Kamer.

Het wetsvoorstel van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gaat zestien handelspraktijken verbieden waarmee boeren, tuinders, maar ook vissers en andere leveranciers van landbouw- en voedingsproducten wel eens te maken hebben. Dit versterkt hun onderhandelingspositie ten opzichte van hun afnemers en maakt het makkelijker om oneerlijke handelspraktijken aan de kaak te stellen. Het voorstel is onderdeel van het maatregelenpakket om de positie van de boer in de keten te versterken, zoals afgesproken in het regeerakkoord.

Wat is straks verboden?

Voorbeelden van de oneerlijke handelspraktijken die volgens het wetsvoorstel straks verboden zijn: het op korte termijn annuleren van levering van bederfelijke producten door de afnemer of het eenzijdig wijzigen van de leveringsvoorwaarden door de afnemer (zoals volume, kwaliteitsnormen of prijzen). LTO Nederland heeft in de huidige coronacrisis diverse meldingen ontvangen van lopende afspraken die eenzijdig en op korte termijn werden geannuleerd. Dit moet vanaf uiterlijk 1 november 2021 – als de wetgeving ingaat – niet meer mogelijk zijn.

Oneerlijke handelspraktijken melden

Boeren, tuinders en hun afzetorganisaties kunnen straks oneerlijke handelspraktijken aan de kaak te stellen bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM). De ACM zorgt voor de handhaving van de nieuwe regels. Daarnaast biedt het wetsvoorstel de minister van LNV de mogelijkheid om een laagdrempelige geschillencommissie aan te wijzen. Daarvoor treft de minister nu de nodige voorbereidingen.

Betalen binnen 30 of 60 dagen

LTO Nederland ziet het wetsvoorstel als een stap vooruit. Volgens de organisatie is het goed dat er aandacht is voor een gedragscode en waar de grens ligt van (on)behoorlijk zakendoen. Het gaat in de wetgeving om een aantal oneerlijke handelspraktijken. De opvallendste volgens LTO is de verplichting van de afnemer om de leverancier binnen 30 dagen te betalen voor verse producten. Voor houdbare producten moet binnen 60 dagen betaald gaan worden. Dit geldt voor alle land- en tuinbouwproductie, inclusief sierteelt, veevoer en zaden/uitgangmateriaal. Van belang is dat coöperaties duidelijkheid krijgen over hoe de nieuwe wetgeving de uitbetaling aan de leden gaat beïnvloeden. In veel coöperaties is sprake van een voorschot- en een nabetaling.

Geen garantie voor kostendekkende, eerlijke prijs

LTO benadrukt dat het wetsvoorstel zich beperkt tot ‘netjes zakendoen’, en daarmee geen garantie is voor een kostendekkende, eerlijke prijs voor boeren en tuinders. Daarvoor blijft LTO zich inzetten via bijvoorbeeld de voorgestelde Wet ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven, mogelijkheden voor groene samenwerking ten behoeve van duurzaamheidsafspraken, en het behoud van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid.

Ervaringen delen met LTO

LTO Nederland vraagt leden oneerlijke handelspraktijken te melden: kjosinga@lto.nl of 06 - 10 58 60 47. Anonimiteit is mogelijk, indien gewenst. LTO documenteert de ervaringen voor wanneer de wet van kracht is.

Met het wetsvoorstel geeft Nederland uitvoering aan de EU-richtlijn inzake oneerlijke handelspraktijken in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen. De richtlijn moet uiterlijk 1 mei 2021 omgezet zijn in nationale wetgeving en die wetgeving moet uiterlijk 1 november 2021 in werking treden.