22 november 2022 Meer nieuws

Convenant veengereduceerd substraat

Een brede maatschappelijke coalitie gaat zich inzetten voor verdere versnelling reductie milieu-impact potgrond en substraten. Men wil versneld gebruik van hernieuwbare grondstoffen, hergebruik van substraten en verantwoorde veenwinning.

Ook is er afgesproken dat er richting de consument een voorlichtingscampagne komt over gebruikte grondstoffen en de milieu-impact van potgrond.

In 2025 moet de professionele markt gemiddeld 35 procent gebruik maken van hernieuwbare grondstoffen en voor 2030 wordt na een onderzoek in 2023 besloten wat in 2030 het percentage hernieuwbare grondstoffen moet zijn. Ook zal in 2025 het gebruik van compost moet worden verdubbeld tot 600.000 m3. Ook is afgesproken voor veengrondstoffen alleen nog gebruik te maken voor 100% verantwoord gewonnen veen, dat betekent RPP-label of gelijkwaardig.

2030 hogere doelen

Voor 2030 is de doelstelling het percentage hernieuwbare grondstoffen verder te verhogen. Voor de consumentenmarkt is het doel om minimaal 85% hernieuwbare grondstoffen te gebruiken. Voor de professionele markt zal in 2023 een onafhankelijk onderzoek naar de beschikbaarheid en milieu-impact van grondstoffen inzicht en onderbouwing moeten geven voor een nieuwe doelstelling voor 2030.

Voor 2050 is de doelstelling alleen gebruik te maken van substraten die geen negatieve milieu-impact geven in de keten en CO2-neutraal zijn. Het percentage hernieuwbare grondstoffen moet dan minimaal 90% van het totale ketenvolume bedragen.

Ondertekenaars

De partijen die het convenant hebben ondertekend zijn: de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de minister voor Klimaat en Energie, De Vereniging Potgrond- en Substraatfabrikanten Nederland, Vakgroep Paddenstoelenteelt van LTO-Nederland, Vakgroep Bomen, vaste Planten en Zomerbloemen van LTO-Nederland, Glastuinbouw Nederland, Plantum, Tuinbranche Nederland, Branchevereniging voor Organische Reststoffen, De Vereniging van Groothandelaren in Bloemkwekerijproducten, Vereniging van Bloemenveilingen, Nederlandse Fruittelers Organisatie, Stichting RHP, Stichting RPP en de Stichting Turfvrij.