4 juni 2021 Meer nieuws

'Certificering moet overleg overheid vereenvoudigen'

Certificering zou overleg met overheden over bedrijfsvoering makkelijker moeten maken, stelden enkele vasteplantenkwekers die deelnamen aan het webinar van de LTO-vakgroep over certificering, afgelopen donderdag.  

Volgens voorzitter Aad Vollebregt van de LTO-vakgroep Bomen, Vaste planten en Zomerbloemen is het 'best een goed idee' om te bekijken of certificering in te zetten is voor een soepeler overleg met gemeenten en provincies. Aanleiding voor de suggestie is het relaas van Marcel Lucassen in Afferden, die als eerste vasteplantenkweker On the way tot Planet Proof-gecertificeerd is. "Het voordeel van een certificaat is niet in euro's uit te drukken, maar ik heb de indruk dat het bijdraagt aan en positieve uitstraling van het bedrijf richting gemeente, provincie en klanten", betoogde hij. 

'Beperkt aan tafel'

De certificeerders kunnen dat niet zomaar regelen, bleek uit de reacties van projectleider John Janssen van SMK, coördinator Jasper van Diemen van MPS en directeur Gerard Flinterman van Greenlinq data. "We zitten maar beperkt aan tafel bij overheden", vatte een van hen de positie van de instellingen samen. Vollebregt opperde: "LTO zit wel bij overheden aan tafel." Specialist Anneke van Dijk van de vakgroep nuanceerde dat het 'geen onderwerp is van de gesprekken', maar dat 'diverse duurzaamheidsaspecten', die onder meer in certificeringsschema’s zijn opgenomen, wel mee gaan tellen bij de vergroeningseisen in de plannen voor het nieuwe Europese Gemeenschappelijke Landbouw Beleid (GLB). "Het is goed daar ook met waterschappen en andere overheden over te spreken", besloot Vollebregt.

Certificering in plaats van 'blauwe ogen'

Ondanks dat eindklanten niet vragen om specifieke certificaten bij de producten, is volgens exporteur Jørgen de Ree (foto) van Royal De Ree Holland geen reden om het niet te regelen. Het exportbedrijf werkt al sinds 1990 aan certificering en heeft zich nu ten doel gesteld om de hele keten gecertificeerd te krijgen per 2024. "Je kunt kwekers niet meer op hun blauwe ogen vertrouwen als ze zeggen dat ze een goed product leveren. Er hoort een diploma bij, dus een certificaat. Dat zorgt volgens ons voor een grotere afzetmarkt, want de retail eist wel degelijk certificering."

Duidelijkheid nodig

De transparantie in de keten die certificering oplevert is hard nodig, stelt coördinator duurzaamheid Toon Wurfbain van Tuinbranche Nederland. "Er blijven vragen komen, zeker na campagnes van natuureducatieclub IVN of Greenpeace bijvoorbeeld." Er is volgens hem vooral duidelijkheid nodig over middelengebruik in de sector. Een van de kwekers reageerde met de opmerking dat klanten 'alleen planten zonder middelen en zonder insecten willen', waarop een korte discussie over de mogelijkheden van biologische planten ontstond. De Ree: "Voornamelijk eetbare planten zijn Skal-gecertificeerd, maar gangbare teelt kruipt steeds meer richting de biologische teelt door het terugdringen van het middelengebruik. Biologische plantenteelt is als de Formule 1 voor de auto-industrie. De uitvindingen kunnen bijdragen aan verbetering van de teelt, maar biologisch is voor de meesten niet haalbaar."

Concurrentie certificeerders

Volgens De Ree is de concurrentie die nu onder de certificerende instanties woedt een goede zaak. "Dat maakt certificering beter bereikbaar, want je kunt ook niet voor één specifiek certificaat kiezen. Je hebt er meer nodig, omdat retailers allemaal andere eisen stellen."

Tijdens de online bijeenkomst van de vakgroep konden MPS, Greenlinq data en SMK de verschillen en de overeenkomsten toelichten. De hele sessie is opgenomen en wordt binnenkort digitaal aan de leden gestuurd. Op de site van de vakgroep is ook een verslag te vinden.