1 oktober 2020 Meer nieuws

Bond: ‘Uitvoeringsprogramma Gewasbescherming gaat slagen’

De KAVB is tevreden met het akkoord over het Uitvoeringsprogramma Gewasbescherming (UP). Hierin staat wat de inspanningen zouden moeten zijn van overheid, NGO’s en het agrarische bedrijfsleven om het beleid van LNV beschreven in de Toekomstvisie Gewasbescherming 2030 te gaan behalen.

Jaap Bond geeft aan tevreden terug te kijken op de ledenraadpleging en de verankering van delen daarvan in  het uiteindelijke UP. Hij geeft aan dat de sector afgelopen jaren al veel minder middelen is gaan gebruiken. “Maar we zijn er nog niet. Maar met dit akkoord gaan we er wel komen. Dat het akkoord er ligt, is goed. We kunnen ermee aan de slag. Samen met de andere sectoren gaan we hierin slagen. Daar ben ik van overtuigd”, aldus de voorzitter van de KAVB.

Drie randvoorwaarden

Er is nog wel geschaafd aan het oorspronkelijke uitvoeringsprogramma. Dat werd namelijk voorgelegd aan de achterbannen van alle plantaardige sectoren, waaronder die van de KAVB. Die respons vanuit KAVB was procentueel gezien erg laag; iets meer dan 50 reacties kreeg de belangenbehartiger. De reden daarvan is volgens de belangenbehartiger het moment van raadpleging, namelijk eind augustus. Uit de terugkoppeling van het UP naar de KAVB-leden bleek dat 96% van de respondenten het belangrijk voor de continuïteit van de bloembollenteelt vindt dat het uitvoeringsprogramma er komt. Bijna 90% kon zich ook vinden in de drie genoemde randvoorwaarden van LTO, KAVB en andere agrarische belangenbehartigers, namelijk dat de korte termijn knelpunten in gewasbescherming moeten worden aangepakt, er draagvlak voor het UP bij de achterban moet zijn en dat er actieve ondersteuning vanuit het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) moet zijn voor onderzoek en innovatie.

'Er moet ingezet worden op een gelijk speelveld'

De leden konden ook zelf randvoorwaarden aandragen. Daar werd goed gebruik van gemaakt, aldus KAVB. Die aangedragen randvoorwaarden heeft de KAVB ingebracht in het overleg plantaardige sectoren van LTO. Er zijn bepaalde zaken uit de KAVB-koker uiteindelijk in het UP terecht gekomen, aldus Jolijn Zwart, adjunct-directeur van de KAVB. Dat is als eerste een positievere inleiding van het UP waarin meer naar voren komt dat de overheid trots is op de sectoren en dat zij belangrijk zijn voor de economie en daarom behouden moeten blijven. Daarnaast moet er ingezet worden op een gelijk speelveld van producenten op Europese en internationale markten en moet LNV zich meer inzetten voor een goede prijs in de keten om duurzaamheidsmaatregelen te bekostigen.

Knelpunten vlot trekken 

Zwart: “Verder heeft elke sector onderwerpen genoemd waar regelgeving mogelijk beperkend werkt, zoals voor de bollensector onder andere het gebruikswaarde- onderzoek en het ‘bollenbedrijf van de toekomst’. Om dit op te lossen is de overheid, bij sommige sectoren en knelpunten - veelal al jaren -, zelf aan zet. In pilots die we gaan oppakken in het kader van het UP moet LNV hier met daden laten zien dat het haar ook menens is. Ze moet deze knelpunten vlot trekken en die met hun invloed oplossen. Dan zien we als sectoren dat de overheid zelf ook serieuze stappen zet om de ambities voor 2030 te realiseren. Het is dus niet slechts een klus voor de sectoren en de andere partners in het UP. Iedere partner in het UP moet zijn deel bijdragen.”

Eerst een alternatief

Wat betreft middelenbeleid is door de KAVB duidelijk aan de voorwaarden toegevoegd dat de intentie is dat er pas een gewasbeschermingsmiddel uit mag gaan als er een bewezen alternatief beschikbaar is. Zwart: “Al is dat met Brusselse regelgeving niet altijd in de handen van LNV zelf." Ook moeten de plantaardige sectoren de rust en de tijd krijgen die nieuwe middelen uit te proberen.