12 april 2019 Meer nieuws

Bollenboos 'niet opgelucht' na OBO

De stichting Bollenboos is blij dat er via blootstellingsonderzoek is aangetoond dat omwonenden bestrijdingsmiddelen binnenkrijgen. “Al hadden we liever gehoord dat het niet zo was”, reageert woordvoerder Rodina Fournell. Er moet snel duidelijkheid moet komen over de werkelijke risico’s die omwonenden lopen, vindt Bollenboos.

De stichting Bollenboos pleitte al jaren voor onderzoek naar de risico's van de bollenteelt in het algemeen en de lelieteelt in het bijzonder. De leden zijn blij met het onderzoek, maar halen volgens Fournelle "nog niet opgelucht adem."

Onlogisch

De nu gemeten gehalten van de onderzochte bestrijdingsmiddelen in de lucht of urine bij omwonenden overschrijden geen risicogrenzen, aldus het omgevingsonderzoek (OBO). Echter, Fournell oordeelt dat het Ctgb voor die risicogrenzen momenteel normen gebruikt die onlogisch zijn. “Bij het vaststellen van deze normen is namelijk nooit rekening gehouden in hoeverre omwonenden daadwerkelijk worden blootgesteld aan middelen en dus ook niet in hoeverre zij hierdoor hogere gezondheidsrisico’s lopen. Het Ctgb hanteert voor de blootstelling sinds ongeveer 1,5 jaar in haar beoordelingsmethode hier wel aannames voor. Door het OBO-onderzoek weten we nu meer over de mate van blootstelling en de wijze waarop dit gebeurt. Bijvoorbeeld dat mensen ook via de route verdamping, een route die lastig beheersbaar is, ook restanten van middelen binnenkrijgen.”

Extra

Nu er meer bekend is over deze blootstelling, kan pas meer worden onderzocht over de eventuele hogere gezondheidsrisico’s, aldus de stichting. Fournell is daarom blij dat het RIVM aangeeft dat eventuele gezondheidsrisico’s van omwonenden voor alle gebruikte gewasbeschermingsmiddelen preciezer moeten worden ingeschat. Dit kan via extra onderzoek. “Pas als je echt meer over de gezondheidsrisico’s weet, hanteer je de enige juiste normen in de juiste rekenmodellen. Totdat deze nieuwe rekenmodellen er zijn, moet je eigenlijk niet willen dat er nog middelen worden gebruikt. Want je weet gewoon niet precies welke gezondheidsrisico’s er worden gelopen. Dat geldt met name voor kwetsbare groepen.”