7 juni 2022 Meer nieuws

Bodeminsectensensor twee jaar getest door NPPL-telers

Zes deelnemers aan NPPL (Nationale Proeftuin PrecisieLandbouw) krijgen binnen enkele dagen ieder op hun bedrijf een apparaat op waarmee ze via grondmonsters kunnen achterhalen hoeveel mijten en springstaarten er in de grond zitten. De aanwezigheid hiervan geeft een goede indicatie van de bodemkwaliteit.

Het apparaat en de sensor zijn ontwikkeld door Syngenta in samenwerking met het Hongaarse Instituut voor Bodemwetenschappen (ATK-TAKI), vertelt Janneke van der Hart, communicatiemanager Benelux bij Syngenta. Op 31 mei werd de uitvinding gedemonstreerd op de Open Dag van de Boerderij van de Toekomst in Lelystad. “Er was meteen veel belangstelling, maar we hebben er nog maar een paar beschikbaar en we willen ze eerst verder uittesten in de praktijk.” Onder de ruim 30 NPPL-deelnemers worden zes sensors verdeeld, daar zit overigens geen bollenkweker bij. “Maar andere NPPL-deelnemers kunnen natuurlijk wel grondmonsters nemen en ze bij de zes NPPL-deelnemers eens door het apparaat halen.”

Beestjes vallen 

De sensor identificeert mijten en springstaarten want de aanwezigheid van deze bodeminsecten zegt iets over de bodemkwaliteit. De deelnemer neemt een grondmonster en doet de grond in de witte trechter. In het apparaat zit een zeef. Van der Hart: “Wanneer het bodemmonster opdroogt, vallen de beestjes er doorheen.” De sensor onderin meet dan de mijten en springstaarten. Deze twee soorten bodeminsecten spelen een cruciale rol in het reguleren en verbeteren van de nutriëntenkringloop, de afbraak en de humificatie. "De monsters worden ter controle opgestuurd naar het Hongaarse Instituut voor Bodemwetenschappen om te kijken of de uitkomsten kloppen."

Effect van bodembewerking zien

De zes deelnemers gaan de sensor testen op toepasbaarheid in hun dagelijkse bedrijfsvoering. Van der Hart: “Duidelijk is al dat de sensor goed werkt, maar nu is het de vraag wat kunnen agrariërs precies met deze data.” De bedoeling is dat de NPPL-deelnemers gedurende het jaar op één hectare 9 monsters nemen en dan ieder seizoen 3 opdezelfde plek. Via een app kunnen ze bijhouden waar ze de monsters in een perceel hebben genomen. “Zo kunnen de deelnemers zien welk effect bijvoorbeeld een bepaalde grondbewerking heeft gehad op de bodemgezondheid.”

50 sensors in Europa getest

Het is de bedoeling dat de NPPL-deelnemers de uitvinding twee jaar testen. “In totaal werken er de komende twee jaar in Europa 50 agrariërs met deze uitvinding. Ook in landen als Denemarken en Duitsland worden ze door agrariërs getest.” Wanneer de scanner de bodemkwaliteit goed meet, is het volgens Corné Kempenaar, WUR en programmamanager van de Nationale Proeftuin Precisie Landbouw (NPPL) ook de bedoeling deze sensors in te gaan zetten op de Boerderij van de Toekomst in Lelystad.