25 november 2021 Meer nieuws

‘Afstemming vraag en aanbod biobollen moeizaam’

De planning van gemeentelijke groenvoorziening en de productie van biologische bollen en perkgoed sluiten slecht op elkaar aan. Dat concludeert minister Schouten van LNV na gesprekken met onder meer de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de KAVB.

Uit de gesprekken is gebleken dat gemeenten veel interesse hebben in duurzaam geproduceerd plantmateriaal voor de gemeentelijke groenvoorziening, maar dat de beschikbaarheid van de juiste hoeveelheden van biologische bollen en perkgoed op de juiste tijdstippen een probleem is. Biologische bollentelers hebben namelijk ten minste twee jaar nodig om de gevraagde partijen te produceren en dit past veelal niet in de planning van de gemeentelijk groenvoorziening. Vraag en aanbod komen daardoor moeizaam bij elkaar.

‘Samenwerking bevorderen’

“Bij het opstellen van de nationale strategie voor biologische productie en consumptie bekijk ik welke sectoren en ketens kansrijk zijn binnen de Nederlandse context en wat nodig is om de samenwerking binnen de keten verder te bevorderen”, schrijft Schouten in een Kamerbrief. “Dit is gericht op het stimuleren van zowel de vraag- als aanbodkant. Daar worden ook provincies bij betrokken. De biologische sierteelt zal als een van de te verkennen sectoren worden meegenomen.”

Een kwart biologisch

Met de brief reageert Schouten op een motie van Kamerleden Derk Boswijk (CDA) en Tjeerd de Groot (D66). Die vroegen het kabinet in mei om met de biologische sector, gemeenten en provincies te bekijken of het mogelijk is het aandeel biologische bloembollen en perkgoed dat afgenomen wordt door gemeenten en provincies te verhogen naar minimaal 25%. Daarmee haken ze in op het voornemen uit de Europese Green Deal om in 2030 25% van de landbouwgrond voor biologische landbouw te gebruiken. De Kamerleden constateren dat Nederland daarin achterloopt.