19 mei 2017 Meer nieuws

Plantum bezorgd om toegang genetische bronnen voor veredeling

Plantum, de brancheorganistie van veredelingsbedrijven, maakt zich grote zorgen over de toegang tot genetisch materiaal uit het buitenland. Het Nagoya-protocol, dat toegang moet versoepelen, wordt in de praktijk gebruikt voor eeuwigdurend octrooi.

Dat stelt Anke van den Hurk, adjunct-directeur van Plantum. Zij sprak hier donderdagochtend 18 mei over tijdens een persbijeenkomst in Den Haag.
Regeling doorgeschoten
Veredelingsbedrijven zoeken in het buitenland naar varianten van commerciële rassen om eigenschappen van de wilde soorten in te kruisen. In de jaren negentig is in het Nagoya-protocol vastgelegd dat daar afspraken over gemaakt moeten worden, zoals een vergoeding aan het land waar deze gewassen groeien.
Deze regeling is echter doorgeschoten en levert veel juridisch getouwtrek op, meent Van den Hurk. De regeling heeft nu soms de uitwerking van een eeuwigdurend octrooi, waarbij de veredelaars blijven betalen als ze eenmaal zo'n gewas hebben gebruikt in hun veredeling. Het gevolg is dat de uitwisseling van deze gewassen vrijwel stil is komen te liggen en dat komt de biodiversiteit voor de veredelingsbranche niet ten goede.
Protocol opnieuw tegen het licht houden
Van den Hurk denkt dat het tijd is om het protocol opnieuw tegen het licht te houden. ''Het verdrag moet focussen op de toegang tot natuurlijke bronnen waarvoor het is bedoeld. We roepen de Nederlandse regering op om dit uit te dragen in Europa. Landen moeten realistische verwachtingen hebben op het gebied van natuurlijke hulpbronnen. Op termijn zou het protocol op de schop moeten.''